| AAN TAFEL MET... BARON GASTON ROELANTS |
De steeplebak in Leuven ? Daar zwommen vissen in !
De Atletiek Arena Gaston Roelants is genoemd naar de enige olympische kampioen die onze club ooit in haar rangen had. De stadionnaam echoot naar de antieke spelen, ruikt naar spektakel. En ze lonkt naar de glorie die Gaston Roelants met zijn wereldprestaties in de jaren zestig en zeventig aan onze club en aan het hele land bezorgde.
Baron Gaston Roelants: “Het was voorzitter Eddy Fraiture die me kwam me vragen of het nieuwe stadion mijn naam mocht dragen. Ik vond het vanzelfsprekend en ik ben er heel trots om. Ik hoop werkelijk dat de magische klank van mijn naam mag bijdragen tot grootse prestaties. Het stadion oogt trouwens prachtig, met de goudgele strook die tussen de sprintbanen en de tribune als een loper ligt uitgerold.”
Gaston: “De reden voor de keuze is natuurlijk mijn palmares met bovenaan mijn olympische titel op de 3000m steeple (Tokyo, 1964). Maar ik heb mij ook extrasportief ‘gegeven’ aan de club. Ik ben gedurende vijf jaar voorzitter van DCLA geweest. Nu ben ik erevoorzitter.”
Gaston: “Nu mijn naam op het nieuwe stadion van DCLA prijkt, zal ik inderdaad sneller een ommetje langs de club maken. In de Elfkamper (de kantine van DCLA) spreek ik regelmatig af met Jef Desmet. Je kent toch Jan, die van Familie ! Hij loopt de maraton voor het goede doel. Zelf mee trainen, nee, dat doe ik niet meer. Heel veel van mijn tijd gaat naar de golfsport. En naar mijn kleinkind.”
Gaston: “Ik ben op 8 juli voor het eerst grootvader geworden. Mijn dochter Ann is mijn enig kind en zij heeft nu een zoontje gekregen. Hij heet Jaroa. Jong, dat is onbeschrijfelijk! Ik ben er zot van. We hebben met zoveel toewijding voor Ann gezorgd. Ann woont nu in mijn tuin! Ze heeft er gebouwd, er was plaats genoeg, en ineens is daar een kleine bij gekomen die we straks rond het huis zullen zien crossen. Dat is zo plezant!”
Gaston: “Ik ben kort bij de 68 jaar. Mijn atletiekcarrière is in het veldlopen begonnen en daar ook weer geëindigd. In 1977 móest ik stoppen. Ik was veertig jaar en veteraan geworden wat toen nog betekende dat je niet meer met de seniores mocht meestrijden. Nochtans kon ik nog steeds van iedereen winnen. Op de cross in Wespelaar zette ik toch aan en ik liep meteen de eerste ronde aan de leiding maar de organisatoren hielden mij tegen en trokken mijn borstnummer van mijn shirt. Te zot voor woorden!
Daarop ben ik beginnen langlaufen. In vijf jaar tijd behaalde ik zes medailles! Ik bewaar ze samen met mijn arsenaal atletiektrofeeën en mijn olympisch goud in een grote vitrinekast. En ik blijf verzamelen! In die kast hangen ook al twee medailles uit de golfsport. Ik werd al twee maal Belgisch kampioen bij de seniores (55+).“
Gaston: “Natuurlijk volg ik nog de prestaties van de DCLA atleten. Sigrid Vanden Bempt, Corinne Debaets, Veerle Van linden, Ridouane Es-Saadi en Jesse Stroobants in het bijzonder, want die gasten lopen de Cross Cup mee die ik samen met Jos Van Roy organiseer. Wat Sigrid op mijn nummer - de 3000m steeple - presteert is heel knap. Ze is toch bij de besten van de wereld! De perikelen rond Ridouane Es-Saadi, daar geef ik geen commentaar op. Jesse Stroobants crosst met de beste Belgen mee en ik zie hem daarin nog wel groeien. Jesse is echt een man voor de lange afstand.”
De nieuwe tartanpiste van DCLA telt acht banen, in de rechte lijn tien. In Leuven waren de zes kaal gesleten baantjes veel te krap om alle atleten tegelijk te laten trainen.
Gaston weet de moderne atletiekbaan naar waarde te schatten.
Gaston: “Ik zag de Qatarees Saif Saaeed Shaheen op de Memorial Ivo Van Damme naar het wereldrecord snellen op de 3000m steeple. Mijn record bedraagt 8'26". Shaheen liep 7'53"63. Ik geloof zeker dat dit zonder doping kan. Moet je weten, het verschil tussen de sintelpistes waar wij vroeger op liepen en de kunststofbanen van nu is met name in de hordennummers dag en nacht. Als je tempo breekt bij het overschrijden van de hindernis, verspil je heel veel energie. En in de steeple heb je dan nog de waterbak. Soms bleef ik daarin tot aan mijn knieën in de modder steken. De steepleput in Leuven, jong, echt waar, daar zaten vissen in!
Ik zie het zo. Veertig jaar terug ploeterden we op een 'patattenveld', vandaag vliegen de atleten over een 'snelweg'. Ik ga uit van drie seconden winst per ronde op een moderne atletiekbaan. Maal zeven en een halve ronde, reken maar eens uit. Dan zou ik in 1965 op de steeple rond de 8.00 minuten zijn uitgekomen. Dan is het toch normaal dat ze tegenwoordig, met betere trainingsmethodes enzoverder, een handvol seconden onder die acht minuten-grens duiken. Volgens mij kan die Shaheen nog een pak sneller. Hij is ook nog jong, 21 jaar, al weet je met die gasten nooit zeker of hun leeftijd wel klopt.”
Over de fraaie talud, langs de eerste bocht van de piste, om heuvels te trainen, is Gaston eveneens enthousiast.
Gaston: “De aanleg van die helling vind ik een heel verstandig idee. Ik trainde vroeger heel graag aan de Duvelsputten vlakbij de Zoete Waters in Oud-Heverlee. De Tunesiër Mohammed Gammoudi kwam omwille van de heuvels zelfs aan de Zoete Waters logeren, in St Jean, waar toen nog logeerkamers te huur waren. Met onder andere Dré De Herthoge gingen wij Gammoudi oppikken om samen op de hellingen te trainen. Gammoudi is dankzij ons Olympisch kampioen geworden op de 5000m!”
De aanstormende DCLA atleten weten wat hun te doen staat.
Gaston: “Ik kom wel eens een oogje in het zeil houden.”
Ter info:
Gaston Roelants was de eerste atleet van de club die Belgisch kampioen alle categorieën werd (in het veldlopen en op de steeple). Hij was ook de eerste die werd geselecteerd voor de Olympische
Spelen. In 1960 in Rome greep Gaston op de steeple nog net naast een medaille. Vier jaar later bracht hij steeplegoud mee uit Tokyo. In 1968 in Mexico liep Gaston nog maar eens de olympische steeplefinale en daarin werd hij zevende. Hij nam in Mexico ook deel aan de maraton en finishte als elfde. Op dat nummer kwam Gaston ook nog uit in 1972 in Munchen en in 1976 in Montreal, zij het minder succesvol. Maar, vijf keer naar de Olympische Spelen en een gouden olympisch plak, wie kan nog beter ? En we vergeten zijn vijf deelnames en vier medailles aan Europese kampioenschappen te vermelden en het feit dat in Gastons periode wereldkampioenschappen nog niet bestonden. Anders was zijn palmares beslist nóg uitgebreider geweest!
Tekst: Piet Desmet
