PROJECT UNDER 23 DCLA

Project U23 : Beloftevolle DCLA-atleten ondersteunen


Ga naar de bepalingen Ga naar de atleten U23 2005 De vetmetingen

U23-ers scoren sterk in vettesten

In november 2003 namen de atleten van het ‘U23-project’, die het wensten, voor het eerst deel aan testen naar de lichaamssamenstelling aan de KUL bij prof. dr. Marina Goris. Vooral het percentage vet is daarbij bepalend (zie foto’s).

Eén jaar later werden 12 van deze atleten opnieuw getest en daarbij werd een markante vooruitgang geboekt. Liefst 10 van de 12 atleten scoorden beter dan twaalf maand eerder en sommigen maakten zelfs een vooruitgang van meer dan 15% !

Deze resultaten tonen aan dat de atleten uitstekend bezig zijn, wat ook al tijdens het BK voor juniores en beloften in Herve bleek. Er werden toen liefst 13 medailles veroverd door 12 verschillende atleten van het project.

Eerst worden de huidplooien gemeten. (Foto: JVO) Daarna het bad in... (Foto: JVO) Dan gaat het helemaal kopje onder (Foto: JVO)



HET “PROJECT U23” IN 2005

Op basis van hun prestaties tijdens de voorbije seizoenen, hun ingesteldheid en hun trainingsijver, werden de volgende atleten, geklasseerd per geboortejaar, weerhouden voor het ‘U23-project’ na interviews tijdens de U23-dag.
Deze lijst zal na het winterseizoen geëvalueerd worden en eventueel aangepast worden.
De weerhouden atleten:
· 1983: Koen Dillen, Liesbeth Van De Velde, Kathelijn Polspoel, Tim De Coster (°)
· 1984: Joris Windey, Jeremy Van Ophem, Jonas De Meyer, Johan Mordijck, Linde Wyseur, Marijke Cauwenbergh
· 1985: Djoere Gaublomme, Jonas Van Campenhout, Maarten Ferket, Frauke Penen
· 1986: Sofie Rummens, Catherine Timmermans, Sandra Schenkel, Sarah De Coster (°), Karolien De Meyer, Sarah Verjans
· 1987: Kim Ruell, Loïc Lemaître
(°) = onder voorbehoud (nog geen interview gehouden)



Hoe en wanneer is dit project gestart ?

In 2002. DCLA scoorde elk jaar hoog in de Bekers van Vlaanderen en oogstte talrijke medailles en finaleplaatsen op individuele kampioenschappen bij de cadetten en de scholieren. Toch stroomden te weinig van die atleten door naar een goed niveau bij de seniores. Spijtiger zelfs: velen stopten voortijdig met wedstrijdatletiek. Het eerste idee behelsde om alle DCLA-atleten in de categorieën cadet tot en met belofte die in de nationale top 10 van hun discipline stonden, op te volgen en te ondersteunen. Dat bleken er 36 te zijn ! Uiteraard een zeer positieve vaststelling maar tegelijk een onmogelijke ambitie. Omdat de leeftijdperiode van 18 tot 22 jaar voor jonge atleten de moeilijkste is, werd het project beperkt tot atleten uit de 5 geboortejaren juniors en beloften. Meer nog: de eerste groep bleef beperkt tot 3 geboortejaren en werd de volgende 2 jaar aangevuld met nieuwe atleten. Dit jaar worden de eerste atleten 24 jaar en verlaten ze het project.


Wat zijn de doelstellingen van U23 ?

De kans vergroten dat beloftevolle DCLA-jongeren doorgroeien naar een hoog prestatieniveau. Een waardevol interclubniveau is daarbij de eerste norm. DCLA staat met de mannen- en vrouwenploeg in de ere-afdeling van de KBAB en wil daar blijven door te steunen op de doorstroming van de eigen jeugd.

Natuurlijk hopen we dat er uit onze jeugd ook atleten naar de Belgische top kunnen doorstoten en meer bepaald sterke resultaten halen op het BK juniors en het BK beloften. Maar het is even belangrijk dat we zoveel mogelijk atleten stimuleren om, ongeacht hun niveau, zo lang mogelijk bij de wedstrijdatletiek betrokken te blijven. De betere DCLA-atleten hebben een voorbeeldfunctie voor alle kinderen en jonge atleten in de club.


Op welke manier wil U23 die doelstellingen realiseren ?

Het U23-project wil op 3 vlakken een bijdrage leveren:

(1) Aanmoediging. Beloftevolle atleten hebben nood aan aandacht en waardering. De prestaties en de ontwikkeling van die atleten van dichtbij opvolgen.

(2) Hulp en ondersteuning bij problemen. Op dit moment in hun loopbaan worden jonge atleten vaak geconfronteerd met problemen. Die liggen vaak buiten het strikt sportieve, wat het voor atleet en persoonlijke trainer soms moeilijk maakt om zelf een oplossing te vinden. Aanslepende blessures zijn het beste voorbeeld, maar soms zijn trainingsfaciliteiten, materiaal of infrastructuur het knelpunt of moet gezocht worden naar een geschikte combinatie van atletiek en hogere studies.

(3) Speciale initiatieven. Het organiseren van lezingen, infosessies, testen, stagedagen, e.d. Het samenbrengen van deze atleten is trouwens een doel op zich. Met mekaar ervaringen uitwisselen is altijd leerrijk en zinvol.


Wie coördineert de werking van U23 ?

Het idee rijpte enige tijd bij verschillende mensen in DCLA, het was Remi Van Ophem die het initiatief gangmaakte. U23 is een DCLA-initiatief en de supervisie berust dus bij het DCLA-bestuur. De coördinatie gebeurt door Remi Van Ophem, Ingid Ceuppens en Ivo Hendrix. Zij zijn voor de atleten van U23 de aanspreekpunten.


Aan welke norm moet je voldoen om als junior of belofte in U23 opgenomen te worden ?

Een belangrijk kenmerk van U23 is dat er geen intern reglement bestaat. Er wordt zowel voor de selectie als voor de opvolging van de atleten met veel verschillende factoren rekening gehouden. Een aantal daarvan zijn niet meetbaar, zoals inzet en motivatie.

Natuurlijk zijn er ook objectieve maatstaven: als je finalist bent op een BK AC, een medaille behaalt op een BKJ of BKU23 of in de nationale top 10 van je discipline staat, kom je natuurlijk in aanmerking, maar zelfs dan wordt beoordeeld of het prestatieniveau wel voldoende hoog is. Bij twijfel wordt een atleet altijd het voordeel gegund.

Omgekeerd zal een atleet ook nooit uitgesloten worden zonder ernstige redenen en zonder voorafgaand gesprek met atleet en trainer.


Hoe weet U23 welke de noden van de atleten zijn ?

Met alle atleten worden individuele gesprekken gehouden. Daar is de persoonlijke trainer ook bij welkom. Zo heeft U23 een zicht op de structuur van de training: aantal trainingen, omvang en intensiteit van de trainingen, prestatie-ontwikkeling, de ambities en doelstellingen. Er wordt ook gepeild naar de inzet en de motivatie van de atleten.

U23 evalueert de atleten op de ambities en de doelstellingen die ze zelf formuleren. Er wordt dus geen externe druk opgelegd, de atleten worden gesteund in het traject dat door henzelf en hun persoonlijke trainer wordt uitgestippeld. Wanneer de atleet in dat gesprek bepaalde vragen of problemen aan bod brengt, dan kan U23 helpen om daarbij een oplossing te zoeken.


Welke vragen of problemen worden het vaakst gesteld ?

Problemen van medische aard komen het meest voor. Sommige atleten sukkelen langdurig of telkens opnieuw met een bepaalde kwetsuur en zijn op zoek naar een doeltreffende behandeling. U23 heeft ex-DCLA-atlete en dokter in de fysische geneeskunde Maaiken Vanderplaetse aangesproken om ons in dergelijke gevallen te adviseren. Ze kan verwijzen naar een gespecialiseerde arts of zorgen voor een snelle afspraak indien medische beeldvorming (radiologie, scan, echografie) vereist is. Omdat atleten op medisch vlak heel wat voorzorgen kunnen nemen, nodigden we Maaiken uit om voor U23 uiteen te zetten welke onderzoeken en welke permanente medische begeleiding nodig zijn voor een jonge atleet die veel en ernstig traint.


Welke waren de meest interessante initiatieven ?

U23 stelt zich niet in de plaats van de atleet en de persoonlijke trainer. De meeste initiatieven hebben de bedoeling de atleten te sensibiliseren, hen bewust te maken van het belang van sommige aspecten van sportbeoefening op hoog niveau.

Medische begeleiding, voedingsanalyse, stabilisatietraining: het zijn drie activiteiten waar atleet en persoonlijke trainer konden kennismaken met extra mogelijkheden in de totale begeleiding. In twee andere initiatieven ligt er een continuïteit: steepletrainingen en inspanningstesten. William Van Dijck is technisch zeer onderlegd, heeft een schat van ervaring op het hoogste niveau en kan zijn kennis aan atleten van alle niveaus goed overbrengen. Zijn trainingen hebben voor alle DCLA-ers die eraan deelnemen een echte meerwaarde.

De twee lactaattesten voor afstandslopers die Jan Olbrecht afnam en die met atleten en trainers werden besproken, worden ook vervolgd. Het blijkt voor atleten en trainers een zinvol hulpmiddel om de trainingsplanning bij te sturen.


Sommige initiatieven hebben geen vervolg, zoals medische begeleiding of voedingsanalyse.

Het is onmogelijk voor U23 om permanent in begeleiding en opvolging voor deze aspecten te voorzien. Individuele inspanningen van atleten in die richting worden echter wel aangemoedigd. Om dit collectief op te volgen, heb je een professionele structuur en heel veel financiële middelen nodig. U23 steunt voorlopig op enkele vrijwilligers en beperkte middelen.


Atleten kunnen ook financiële steun krijgen. Welke criteria gelden daarbij ?

U23 is geen fonds. Er zijn geen geschreven normen voor het toekennen van financiële steun en dat is ook niet wenselijk. U23 zou dan immers degraderen tot een geldkraan. Atleten moeten doen wat voor hun sportieve ontwikkeling nodig is, niet waar ze een tegemoetkoming voor kunnen krijgen.

In principe wordt het beschikbare geld van U23 trouwens centraal aangewend, we willen er bestedingen mee doen in het belang van de atleten. Rechtstreekse financiële steun blijft de uitzondering en wordt telkens kritisch gewikt en gewogen.


Ontstaat er zo geen ongelijkheid door sommige atleten wel en andere niet financieel te steunen ?

Geld kan hoogstens een vorm van waardering zijn voor de prestaties die een atleet levert. Het DCLA-premiestelsel werd daarvoor in het leven geroepen, door de goede prestaties van meer en meer DCLA-ers werd dat premiestelsel vanaf 2004 trouwens bijgefinancierd.

U23 wil inspelen op sportieve noden, door iemand geld te geven zal die niet sneller lopen of verder werpen. Atleten die van sportieve gedrevenheid blijk geven, komen bij U23 het meest voor steun in aanmerking. Een subsidie wordt in principe enkel toegekend indien een atleet een extra inspanning moet en wil leveren in functie van de trainingen en de prestaties.


U23 is weinig zichtbaar en de communicatie laat veel te wensen over, hoor je vaak.

Dat klopt. Dit is de eerste uitgebreide en publieke communicatie over U23, rijkelijk laat dus. Het heeft veel met de aard van U23 te maken. Veel van de activiteiten zijn onzichtbaar: gesprekken met de atleten, contacten leggen voor afspraken bij dokters en in ziekenhuizen, adviezen over trainingsprogramma's, enz. Communicatie en activiteit werkt in twee richtingen. Een atleet die prima traint en presteert en aan U23 geen vragen of problemen voorlegt, hoort inderdaad weinig of niets van ons.


Heeft U23 tastbare resultaten ?

Kijk naar de samenstelling van onze interclubteams en je ziet toch een betere doorstroming van deze generatie atleten in vergelijking met de vorige. We stellen ook vast dat veel atleten dank zij U23 meer aandacht schenken aan aspecten van de training die ze vroeger verwaarloosden. Een rechtstreeks verband kan je niet aantonen, want een prestatie is voor alles de verdienste van de atleet en van de persoonlijke trainer.

U23 vormt binnen de club wel een stimulans: je voelt dat atleten er willen bijhoren en bijblijven. DCLA is vandaag een club waarin 30 à 40 atleten prestaties op nationaal niveau leveren. Daar gaat een sterk effect van uit naar het geheel van de club: het affirmeert de belangrijke rol van de wedstrijdatletiek binnen DCLA, het stimuleert juniores en beloften die een hoog prestatieniveau ambiëren en het legt de lat voldoende hoog voor de aanstormende cadetten en scholieren.


Wat zijn de prioriteiten voor U23 de volgende jaren ?

Zorgen dat dit initiatief kan blijven bestaan. DCLA vervult met dit project een pioniersrol. Er is geen voorbeeld waaraan we ons kunnen spiegelen, we zijn met een wit blad gestart. Andere clubs en zelfs de federatie volgen dit DCLA-initiatief met belangstelling. Er waren natuurlijk momenten van vallen en opstaan en de onvermijdelijke kinderziektes. DCLA heeft het imago een kritische club te zijn en dat is goed, want positieve kritiek leidt tot vernieuwing en vooruitgang. Alles bij mekaar maakt U23 alvast een positieve balans op van de werking tot nu toe. Het meest verheugend vonden we hoe sommige atleten na een moeilijke periode van aanslepende kwetsuren of veeleisende studies toch op hun beste prestatieniveau konden terugkeren. Als U23 daar een minimale rol in heeft gespeeld, dan is het de moeite waard om ermee door te gaan.


6 juli 2004

Ingrid Ceuppens, Ivo Hendrix, Remi Van Ophem

Terug naar top