REGLEMENT PREMIESYSTEEM D.C.L.A.
SEIZOEN 2006-2007
1.1. Modaliteiten.
In het premiestelsel van DCLA worden punten toegekend aan prestaties die DCLA-atleten, vanaf de juniorescategorie, leveren. Aan de hand van de behaalde punten wordt een rangschikking opgemaakt. Die rangschikking en de behaalde punten bepalen wie de laureaten zijn en welk premiebedrag ze verdienen.
Het reglement van het DCLA-premiestelsel kan bij beslissing van de Raad van Bestuur van DCLA worden herzien vóór de aanvang van elk winter- of zomerseizoen. In voorkomend geval wordt dit tijdig en uiterlijk op 30/4 en op 30/11 aan de leden bekendgemaakt.
Het aantal laureaten dat voor elk van de onderdelen van het premiestelsel wordt beloond en de bedragen die in het premiestelsel worden uitgekeerd, worden jaarlijks door de Raad van Bestuur van DCLA vastgesteld.
De Raad van Bestuur duidt een verantwoordelijke aan die de puntentelling bijhoudt en op geregelde tijdstippen doorheen het seizoen een tussenstand publiceert via de DCLA-website en/of Clubgeest. Ivo Hendrix telt de punten vor het indoorcriterium en het zomercriterium, Michel Jordens die voor het veldloopcriterium.
1.2. Premies en laureaten.
Het premiestelsel wordt opgesplitst in een zomer- en een wintercriterium.
Het wintercriterium wordt opgesplitst in een indoorcriterium en een veldloopcriterium.
Het zomercriterium, het indoorcriterium en
het veldloopcriterium zijn opgesplitst voor mannen en vrouwen.
Voor het seizoen 2006 - 2007 wordt een totaal premiebedrag van 11.500 uitgeloofd,
dat als volgt over de verschillende onderdelen is gespreid:
| Zomercriterium Mannen en Vrouwen: | 2 x 4000 = 8000. |
| Indoorcriterium Mannen en Vrouwen: | 2 x 750 = 1500. |
| Veldloopcriterium Mannen en Vrouwen: | 2 x 1000 = 2000. |
Voor het seizoen 2006 - 2007 worden voor het zomer- en wintercriterium een aantal laureaten beloond,
zoals hieronder bepaald:
Zomercriterium Mannen en Vrouwen: 15 + 15 atleten.
Indoorcriterium Mannen en Vrouwen: 6 + 6 atleten.
Veldloopcriterium Mannen en Vrouwen: 8 + 8 atleten.
De verdeling van de premies gebeurt volgens de behaalde punten en op proportionele wijze, volgens onderstaande regels.
Voor elk criterium worden de door de laureaten behaalde punten opgeteld. Het te verdelen premiebedrag van het criterium wordt gedeeld door bovengenoemd puntentotaal. Het bekomen quotiënt is de premie die per behaald punt in het stelsel wordt toegekend. De premie die een laureaat ontvangt is gelijk aan dit premiebedrag per punt vermenigvuldigd met de door de laureaat behaalde punten.
1.3. Het wintercriterium.
Een atleet/atlete kan in de winter slechts in aanmerking komen voor hetzij het indoorcriterium, hetzij het veldloopcriterium.
Indien een atleet/atlete zich in beide wintercriteria bij de laureaten rangschikt, dan wordt enkel het criterium in aanmerking genomen waarin de afrekening voor hem/haar het meest gunstig uitvalt.
1.4. Juniores.
Juniores klasseren zich in het algemene premiestelsel, mits ze alle in aanmerking komende prestaties leveren onder de voorwaarden die gelden voor de seniores (vnl. gewicht van de werptuigen).
Juniores kunnen zich tevens klasseren in een afzonderlijk premiestelsel voor juniores.
Voor juniores die zich zowel in het algemene premiestelsel als in het premiestelsel voor juniores bij de laureaten rangschikken, wordt de premie als volgt berekend.
Indien de som van de premies die een junior in de winter- en zomercriteria van het algemene premiestelsel behaalt, groter is dan de verdiende premie uit het junioresstelsel, dan wordt de premie uit het algemene stelsel toegekend. Indien de som van de premies die een junior in de winter- en zomercriteria van het algemene premiestelsel behaalt, kleiner is dan de premie uit het junioresstelsel, dan wordt de premie uit het junioresstelsel toegekend.
Een junior kan in geen geval aanspraak maken op een premiebedrag dat een gehele of gedeeltelijke cumulatie vormt van premies uit het algemene premiestelsel en het junioresstelsel.
1.5. Cadetten en scholieren.
Cadetten en scholieren kunnen zich niet rangschikken in het DCLA-premiestelsel, zelfs indien zij zich gunstig zouden klasseren in competities of ranglijsten AC. Zij rangschikken zich daardoor evenwel in het Startproject, volgens onderstaande bepalingen.
Categorie 1 Startproject:
Top 3 bij de BK AC outdoor.
Selectie vooor WK Scholieren.
Categorie 2 Startproject:
Top 8 bij de BK AC outdoor.
Top 4 bij de Vlaamse kampioenschappen AC outdoor.
Top 10 in de seizoensranglijsten AC voor een BK-discipline.
Selectie vooor EYOF.
Categorie 3 Startproject:
Effectieve deelname aan de Interclub AC.
Top 3 als lid van een aflossingsploeg AC op de BK Aflossingen AC.
1.6. Masters.
Masters kunnen zich in het algemene premiestelsel klasseren, mits ze alle in aanmerking komende prestaties leveren onder de voorwaarden die gelden voor de seniores (vnl. gewicht van de werptuigen + deelname aan de kampioenschappen AC).
1.7. Onverenigbaarheden.
In onderstaande gevallen kunnen atleten die zich in een criterium bij de laureaten rangschikken, uit deze rangschikking geschrapt worden. Voor elk van deze gevallen worden de verdere gevolgen omschreven.
a. Een atleet verlaat de club.
De atleet ontvangt geen premie.
Er wordt geen nieuw klassement opgemaakt.
Het niet-uitgekeerde premiebedrag vloeit terug naar de club.
b. Een junior rangschikt zich in het algemene premiestelsel en in het junioresstelsel bij de laureaten.
Voor de berekening van de premie van juniores zijn de bepalingen van art. 1.4. van toepassing.
b1.De premie van het junioresstelsel is lager dan de som van de premies uit het algemene stelsel.
De junior ontvangt de som van de premies uit het algemene premiestelsel.
Er wordt in het algemene stelsel geen nieuw klassement opgemaakt.
b2.De premie van het junioresstelsel is hoger dan de som van de premies uit het algemene stelsel.
De junior ontvangt de premie van het junioresstelsel.
Er wordt in het algemene stelsel geen nieuw klassement opgemaakt.
Het niet-uitgekeerde premiebedrag vloeit terug naar de club.
c. Een atleet rangschikt zich zowel voor het indoorcriterium als voor het veldloopcriterium bij de laureaten.
De atleet ontvangt de premie van het voor hem/haar meest gunstige stelsel.
Er wordt een nieuw klassement opgemaakt van het voor betrokkene minst gunstige stelsel.
Het premiebedrag wordt integraal herverdeeld tussen de laureaten uit het nieuwe klassement.
1.8. Uitsluitingen en sancties.
Atleten die de club verlaten, verliezen hun premie.
Atleten kunnen in onderstaande gevallen en na overleg met de coach en de betrokken trainer, bij beslissing van de Raad van Bestuur van DCLA hun premie verliezen of hun premie verminderd zien.
- Atleten die de clubuitrusting niet respecteren;
- Atleten die zonder geldige reden een clubselectie of een andere clubverplichting weigeren;
- Atleten die zonder geldige reden afwezig zijn bij de jaarlijkse uitreiking van de premies;
- Atleten die ongewettigd afwezig waren op een kampioenschap waarvoor ze zich inschreven. In dat geval wordt het premiebedrag van betrokkene verminderd met het bedrag van de door de organiserende federatie aan DCLA opgelegde boete.
- Atleten die door onsportief gedrag van welke aard ook, schade toebrengen aan het imago van DCLA. Atleten die veroordeeld zijn voor dopingpraktijken of voor andere misdrijven vallen onder deze bepalingen. Indien atleten voor dergelijke feiten onder officiële verdenking staan, dan wordt de beslissing over het toekennen van hun premie uitgesteld tot de gerechterlijke procedure is afgesloten.
1.9. Betwistingen.
Eventuele geschillen die zouden rijzen bij de interpretatie of toepassing van dit reglement worden door het TCT van DCLA beslecht. Het TCT doet binnen de 30 dagen uitspraak over gebeurlijke klachten of geschillen. Tegen de beslissing van het TCT is geen beroep mogelijk.
1.10. Uitreiking.
De premies worden uitgereikt ter gelegenheid van de Nieuwjaarsreceptie van DCLA. Het TCT en de Raad van Beheer van DCLA bevelen aan dat de laureaten 10% van hun premie afstaan aan hun persoonlijke trainer.
1.11. Bescherming DCLA-organisaties.
Atleten kunnen geen punten behalen door deel te nemen aan wedstrijden die op de dag van een DCLA-organisatie vallen, tenzij het gaat om Vlaamse- of Belgische kampioenschappen, verplichtingen die door de federatie of de werkgever aan een atleet zijn opgelegd of na goedkeuring door het TCT.
Juniores kunnen zich rangschikken in 3 categorieën door het leveren van prestaties bij de BK Juniores en/of een rangschikking in de seizoensranglijsten outdoor bij de juniores.
Categorie 1 ( 300)
Belgisch kampioen veldlopen of piste, op voorwaarde dat de laureaat tijdens datzelfde zomerseizoen in de betreffende discipline een prestatie lukt(e) die zich binnen de top 5 van de nationale seizoensranglijsten situeert. Indien de prestatie niet aan deze norm voldoet, dan rangschikt de atleet zich in categorie 2.
Beste Belgische seizoensprestatie op piste in een BK-discipline.
Selectie voor EK of WK op de baan.
Categorie 2 ( 200)
Podium op het BK veldlopen of BK piste, op voorwaarde dat de laureaat tijdens datzelfde zomerseizoen in de betreffende discipline een prestatie lukt(e) die zich binnen de top 10 van de nationale seizoensranglijsten situeert. Indien de prestatie niet aan deze norm voldoet, dan rangschikt de atleet zich in categorie 3.
In piste top 5 van een BK-discipline.
Selectie voor EK of WK veldlopen.
Categorie 3 ( 100)
Top 10 bij het BK veldlopen of top 6 bij het BK piste, op voorwaarde dat de laureaat tijdens datzelfde zomerseizoen in de betreffende discipline een prestatie lukt(e) die zich binnen de top 15 van de nationale seizoensranglijsten situeert.
In piste top 10 van een BK-discipline.
Juniores die meermaals of aan meerdere van de hierboven vermelde prestatienormen voldoen, kunnen geen aanspraak maken op een cumulatie van premies uit dit stelsel.
Voor juniores die voor het junioresstelsel en voor het
algemene premiestelsel bij de laureaten gerangschikt zijn, zijn de algemene bepalingen uit
de artikels 1.4. en 1.7. van toepassing.
3. Premiestelsel Alle Categorieën
3.1. Zomercriterium
3.1.1. Kampioenschappen
Alle officiële kampioenschappen op de piste, inbegrepen de meerkampen en de kampioenschappen marathon, halve marathon en berglopen komen voor deze rubriek in aanmerking.
Voor elk van de 5onderstaande kampioenschappen kan een atleet slechts voor één discipline scoren, ook indien hij/zij aan meerdere disciplines zou deelnemen. In voorkomend geval wordt enkel de score van de beste discipline in aanmerking genomen.
Voor de berekening van de punten die een atleet/atlete voor deze rubriek scoort, worden andere DCLA-atleten die voor hem/haar in dezelfde discipline van hetzelfde kampioenschap eindigen, niet in aanmerking genomen.
BK alle categorieën
30, 25, 20, 17, 14, 11, 9, 7 en 5 punten voor de eerste 9;
3 voor verdere plaatsen tot en met 50.
BK Beloften en Juniores
12, 8, 6, 4 en 2 voor de eerste 5;
1 punt voor verdere plaatsen.
Vlaamse kampioenschappen alle categorieën
20, 17, 14, 11,8, 6, 4 en 3 voor de eerste 8;
2 voor verdere plaatsen.
Vlaams-Brabantse kampioenschappen juniores en Alle Categorieën
3 voor een titel; 1 voor verdere plaatsen.
Universitaire kampioenschappen
3 voor een titel; 1 voor verdere plaatsen.
Punten behaald op universitaire kampioenschappen komen enkel in aanmerking indien de betrokken atleet/atlete geen of minder punten scoort op de Vlaamse kampioenschappen AC. In voorkomend geval wordt de hoogst behaalde score verrekend.
BK Aflossingen AC
5, 3 en 2 punten voor de eerste 3;
1 punt voor verdere plaatsen.
BK Beloften en Juniores
12, 8, 6, 4 en 2 voor de eerste 5;
1 punt voor verdere plaatsen.
BK Aflossingen Juniores
3 voor een titel; 1 voor verdere plaatsen.
Meerkampen
Om meerkampers extra aan te moedigen, krijgt wie effectief deelneemt aan een Vlaams of Belgisch kampioenschap meerkampen AC of juniores een bonus van 4 punten, onverminderd de punten die hij/zij door de in die meerkamp behaalde uitslag behaalt. De bonus is niet cumulatief indien beide titels in dezelfde competitie worden betwist.
3.1.2. Overige prestaties
Voor prestaties die verwijzen naar een rangschikking in de nationale bestlijsten, wordt het VAL-Jaarboek van het voorgaande atletiekseizoen als referentie gehanteerd. Buitenlandse atleten die bij Belgische clubs zijn aangesloten en in dat Jaarboek vermeld staan, worden voor het opmaken van de rangschikking niet in aanmerking genomen.
Prestatie BK-discipline outdoor
Deze rangschikking telt voor maximaal één discipline. De meerkamp en de marathon worden gelijkgesteld met alle andere disciplines.
40, 39, 38 t.e.m. 21 punten voor de plaatsen 1 tot 20;
20 punten voor de plaatsen 21 tot 30;
15 punten voor de plaatsen 31 tot 40;
12 punten voor de plaatsen 41 tot 50;
10 punten voor de plaatsen 51 tot 60;
8 punten voor de plaatsen 61 tot 70;
5 punten voor de plaatsen 71 tot 80.
Belgisch record van een BK-discipline outdoor
AC = 20 punten
Juniores = 10 punten
Per discipline kan een atleet slechts één maal voor deze rubriek scoren.
Individuele selecties voor internationale wedstrijden
Olympische Spelen = 100
Wereldkampioenschappen = 50
Europese kampioenschappen = 35
EK Beloften = 15
WK Juniores = 15
EK Juniores = 12
Europabeker = 10
Nationale interclubcompetitie
6 voor effectieve deelname discipline 1.
4 voor effectieve deelname discipline 2.
3 voor effectieve deelname aflossingen.
3 voor aanwezige invallers of B-ploeg.Eenmalige bonus van 3 punten voor alle effectieve deelnemers en aanwezige invallers (volgens oproepingsbrief van de coach) indien DCLA zich bij de top 3 klasseert bij de Interclub Ere-afdeling KBAB.
Flanders Cup
1 punt voor deelname en klassering.
2 punten voor een prestatie binnen de top 50 van een BK-discipline of de top 25 van een niet-BK discipline.
Een atleet kan in deze rubriek voor maximaal één discipline per FC scoren.
De punten uit deze rubriek worden verdubbeld voor de FC van DCLA (Meeting voor Mon).
Een atleet kan maximum 12 premiepunten verdienen door deel te nemen aan de Flanders Cup.Een atleet kan voor deze rubriek maximaal 10 punten behalen, de FC van DCLA niet meegerekend.
3.2. Indoorcriterium
Voor elk van de 3 onderstaande kampioenschappen kan een atleet slechts voor één discipline scoren, ook indien hij/zij aan meerdere disciplines zou deelnemen. In voorkomend geval wordt enkel de score van de beste discipline in aanmerking genomen.Voor prestaties die verwijzen naar een rangschikking in de nationale bestlijsten, wordt het VAL-Jaarboek van het voorgaande atletiekseizoen als referentie gehanteerd. Buitenlandse atleten die bij Belgische clubs zijn aangesloten en in dat Jaarboek vermeld staan, worden voor het opmaken van de rangschikking niet in aanmerking genomen.
3.2.1. Kampioenschappen
BK indoor alle categorieën
16, 12, 10, 8, 6, 4, 3 en 2 voor de eerste 8;
1 voor verdere plaatsen.
Vlaamse kampioenschappen alle categorieën
12, 8, 6, 4, 3 en 2 voor de eerste 6;
1 voor verdere plaatsen.
Vlaams-Brabantse kampioenschappen
3 voor een titel alle categorieën;
2 voor een titel bij de juniores.
Belgian Indoorcup
3 voor effectieve deelname discipline 1.
1 voor effectieve deelname discipline 2.
2 voor effectieve deelname aflossingen.
3.2.2. Overige prestaties
Prestatie BK-discipline indoor
20, 19, 18 tot 1 punt voor de 20ste prestatie.
Belgisch record van een BK-discipline indoor
AC = 15 punten
Juniores = 10 punten
Per discipline kan een atleet slechts één maal voor deze rubriek scoren.
Individuele selecties voor internationale wedstrijden
Wereldkampioenschappen 20
Europese kampioenschappen 15
Meerkamp
Om meerkampers extra aan te moedigen, krijgt wie effectief deelneemt aan een Vlaams of Belgisch kampioenschap meerkampen AC of juniores een bonus van 2 punten, onverminderd de punten die hij/zij door de in die meerkamp behaalde uitslag behaalt. De bonus is niet cumulatief indien beide titels in dezelfde competitie worden betwist.
3.3. Veldloopcriterium
3.3.1. Alle categorieën
BK Veldlopen lange én korte cross alle categorieën
Vlaams-Brabants kampioenschap veldlopen lange cross alle categorieën40, 37, 35, 33, 31, 29, 28, 27, 26, 25 t.e.m. 5 punten voor 30ste.
3 punten voor de plaatsen 31 t.e.m. 100.
2 punten voor verdere plaatsen.
20, 18, 16, 14, 12, 11, 10 t.e.m. 3 punten voor de 15° plaats.
2 punten voor de verdere plaatsen.
Vlaams-Brabants kampioenschap veldlopen korte cross alle categorieën
15, 10, 8, 6, 5, 4, 3 voor de plaatsen 1 tot 7.
2 punten voor de plaatsen 8 t.e.m. 10.
1 punt voor de verdere plaatsen.
Eigen organisaties ( Eindejaarscorrida, DCLA veldloop )
3 punten voor deelname en klassering in de eindejaarscorrida;
7, 5 of 3 punten voor DCLA-veldloop (idem Crosscup, telt niet mee in de 5 provinciale crossen)
Andere officiële veldlopen
Er wordt een onderscheid gemaakt volgens het klassement in
de veldloop en volgens de aard van de veldloop.
Klassement: eindigen in het eerste derde van de cross (1/3); het
middenste derde (2/3) of het laatste derde (3/3)
Crosscup-wedstrijden:
Maximum 4 wedstrijden komen in aanmerking:
7 punten (1/3); 5 punten (2/3); 3 punten (3/3)VAL-veldloop, niet in Vlaams-Brabant:
Maximum 3 wedstrijden uit een verschillende provincie, komen in aanmerking
6 punten (1/3); 4 punten (2/3); 2 punten (3/3)Vlaams-Brabantse veldloop:
Maximum 5 wedstrijden komen in aanmerking (exclusief DCLA-veldlopen):
5 punten (1/3); 3 punten (2/3); 1 punt (3/3)
Internationale selecties
EK Veldlopen AC = 15 punten
WK Veldlopen AC = 20 punten
3.3.2. Juniores
BK Juniores
25, 21, 19, 17, 15, 14 tot 5 punten voor de 15de.
3 punten voor de plaatsen 16 t.e.m. 20.
2 punten voor verdere plaatsen.
Vlaams-Brabants kampioenschap juniores
15, 10, 8, 6, 5, 4, 3 voor de plaatsen 1 tot 7.
2 punten voor de plaatsen 8 t.e.m. 10.
1 punt voor de verdere plaatsen.
Selecties
WK Juniores = 15 punten
EK Juniores = 10 punten
Eigen organisaties ( Eindejaarscorrida, DCLA-veldloop )
3 punten voor deelname en klassering in de eindejaarscorrida;
6, 4 of 3 punten voor DCLA-veldloop (idem Crosscup, telt niet mee in de 5 provinciale crossen)
Andere officiële veldlopen
Er wordt een onderscheid gemaakt volgens het klassement in
de veldloop en volgens de aard van de veldloop.
Klassement: eindigen in het eerste derde van de cross (1/3); het
middenste derde (2/3) of het laatste derde (3/3)
Crosscup-wedstrijden
Maximum 4 wedstrijden komen in aanmerking:
6 punten (1/3); 4 punten (2/3); 3 punten (3/3)VAL-veldloop, niet in Vlaams-Brabant:
Maximum 3 wedstrijden uit een verschillende provincie, komen in aanmerking:
5 punten (1/3); 3 punten (2/3); 2 punten (3/3)Vlaams-Brabantse veldloop:
Maximum 5 wedstrijden komen in aanmerking (exclusief DCLA-veldlopen):
4 punten (1/3); 2 punten (2/3); 1 punt (3/3)
3.3.3. Algemeenheden Veldloopcriterium
Een DCLA-atleet die opgeeft in een veldloop, krijgt toch
één punt.
Er worden geen punten toegekend voor de LBFA-crossen, tenzij de Crosscup.
Er worden geen punten toegekend voor internationale veldlopen.
Er worden geen punten toegekend voor universitaire of militaire veldlopen.
Er worden geen extra punten toegekend voor de Europabeker voor Clubs.
Behaalde punten voor de rubrieken "Eigen organisaties" en "Andere
officiële veldlopen" worden enkel automatisch in het klassement verrekend voor
atleten die ook in andere rubrieken van het veldloopcriterium punten behalen.
Behaalde punten voor de rubriek "Andere officiële veldlopen" worden in
het klassement verrekend na aangifte (op erewoord) door de betrokken atleet bij de
verantwoordelijke voor het premiestelsel.
4. Correcties
4.1. Zomerdisciplines.
De punten die atleten in het zomercriterium scoren in de rubrieken Belgische Kampioenschappen AC, Vlaamse kampioenschappen AC, nationale ranglijsten of Belgisch record in de disciplines 400m horden, speerwerpen, discuswerpen of hamerslingeren, worden vermeerderd met de punten die voor het behalen van de overeenstemmende uitslag of prestatie in het indoorcriterium zijn vastgesteld. De behaalde bonuspunten tellen niet mee voor de rangschikking van het zomercriterium. Indien een atleet die bovenstaande disciplines beoefent en zich bij de beste 15 atleten rangschikt in het zomercriterium, dan tellen deze bonuspunten voor de berekening van de premie. Het premiebedrag per bonuspunt wordt berekend volgens de bepalingen van het indoorcriterium.
Voorbeeld: een 400m-hordeloper lukt de 8ste Belgische jaarprestatie, was 4de op de Vlaamse en 7de op de Belgische kampioenschappen.
Dit levert bonuspunten op die overeenkomen met het aantal punten die hij/zij met dezelfde prestaties in het indoorcriterium zou verdienen:
8ste jaarprestatie = 13 punten + 4de op VAL-kampioenschap = 2 punten + 7de op BK = 1 punt
In het indoorcriterium behaalde deze atleet 9 punten (12de jaarprestatie over 400m vlak). In bovenstaand voorbeeld worden aan deze atleet bijgevolg 16-9 = 7 bonuspunten toegekend.
4.2. Onverenigbaarheden.
Er zijn geen onverenigbaarheden.
Atleten die in het zomercriterium in bepaalde rubrieken voor de disciplines 400mH, speerwerpen, discuswerpen of hamerslingeren scoren, kunnen in elke andere rubriek voor elke andere discipline, eveneens punten scoren.
Voorbeeld: de 400m hordeloper kan scoren door op een Flanders Cup aan de 200m deel te nemen.
4.3. Juniores meerkamp en hamerslingeren.
Indien juniores niet kunnen deelnemen aan de kampioenschappen alle categorieën van een bepaalde discipline, omdat deze samenvallen met de junioreskampioenschappen voor dezelfde discipline ( meerkamp, hamerslingeren ), dan wordt onderstaande correctie toegepast.
Juniores mannen meerkamp: bij Belgische of Vlaamse kampioenschappen meerkamp juniores wordt de plaats die een junior zou behalen indien een gemeenschappelijke meerkampklassering seniores/juniores zou worden opgemaakt, in aanmerking genomen voor de punten die hij verdient in de rubrieken BK AC van de winter- en zomercriteria, ongeacht het verschil in gewicht van de werptuigen.
Juniores vrouwen meerkamp: bij Belgische of Vlaamse kampioenschappen juniores wordt de plaats die een juniore zou behalen indien een gemeenschappelijke klassering seniores/juniores zou worden opgemaakt, in aanmerking genomen voor de punten die zij verdient in de rubrieken BK AC van de winter- en zomercriteria.
Juniores mannen en vrouwen hamerslingeren: bij Belgische of Vlaamse kampioenschappen juniores wordt de plaats die een junior zou behalen indien een gemeenschappelijke klassering seniores/juniores zou worden opgemaakt, in aanmerking genomen voor de punten die hij verdient in de rubrieken BK AC van het zomercriterium, ongeacht het verschil in gewicht van de werptuigen. De bepalingen van art. 4.1. blijven bovendien van toepassing.
Indien na publicatie van de wedstrijdkalenders zou blijken dat ook andere disciplines onder deze bepalingen vallen, dan wordt voor die disciplines hetzelfde correctiemechanisme toegepast.
4.4. Niet-Belgen.
Indien bij DCLA aangesloten atleten die niet de Belgische nationaliteit hebben, zich voor het premiestelsel kunnen rangschikken, dan gelden volgende correcties.
Indien een atleet niet de Belgische nationaliteit bezit en geen toelating krijgt om aan een in het premiestelsel opgenomen kampioenschap deel te nemen, dan verwerft hij/zij voor bedoeld kampioenschap het aantal punten dat overeenstemt met de plaats die hij/zij inneemt in de nationale en/of Vlaamse ranglijsten van de overeenstemmende discipline waarvoor hij/zij in de ranglijsten het hoogst scoort. Indien zij buiten wedstrijd aan dergelijke kampioenschappen mogen deelnemen, dan wordt hun rangschikking in aanmerking genomen alsof zij Belg zouden zijn.
Voor het veldloopcriterium (BK veldlopen): indien zij aan nationale kampioenschappen in een ander land deelnemen en in andere niet te voorziene gevallen worden correcties doorgevoerd bij arbitrage van het TCT.
